Instantie: Commissie gelijke behandeling, 2 april 1996

Instantie

Commissie gelijke behandeling

Samenvatting


Verzoekster heeft bij de wederpartij gesolliciteerd naar de functie van
taxichauffeur. Verzoekster is na het sollicitatiegesprek afgewezen voor de
functie. Volgens verzoekster is zij niet aangenomen omdat zij kinderen heeft.
De Commissie is van oordeel dat, nu er in het onderhavige geval geen
inzichtelijke sollicitatieprocedure is gevolgd, nu de functievereisten voor
verzoekster niet kenbaar en duidelijk waren en nu de wederpartij uitsluitend
op basis van subjectieve indrukken selecteert, er sprake is van een procedure
die niet voldoet aan de voorwaarden zoals die in navolging van de
jurisprudentie van het HvJ EG door de Commissie worden gehanteerd. Daarmee
bestaat het risico dat de werkgever (ongewild) onderscheid op grond van
geslacht maakt.
Onweersproken is dat de kinderen van verzoekster door de wederpartij tijdens
het sollicitatiegesprek ter sprake zijn gebracht. De Commissie neemt dit
derhalve als vaststaand aan. Tevens is vastgesteld dat er sprake is geweest
van een selectieprocedure die niet aan de eisen voldoet, waarbij het risico
dat er onderscheid op grond van geslacht is gemaakt voor rekening van de
wederpartij komt.
De Commissie komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat het feit
dat verzoekster kinderen heeft, voor de wederpartij (mede) aanleiding is
geweest om haar af te wijzen voor de functie van taxichauffeur. De
wederpartij heeft daarmee bij de behandeling van de vervulling van een
openstaande betrekking gehandeld in strijd met artikel 3 lid 1 van de WGB.

Volledige tekst


1. HET VERZOEK

1.1. Op 12 september 1995 verzocht mevrouw (…) te Spijkenisse (hierna:
verzoekster) de Commissie Gelijke Behandeling (hierna: de Commissie) haar
oordeel uit te spreken over de vraag of door (…) te Spijkenisse (hierna: de
wederpartij) jegens haar onderscheid naar geslacht is gemaakt in strijd met
de wetgeving gelijke behandeling.

1.2. Verzoekster heeft bij de wederpartij gesolliciteerd naar de functie van
taxichauffeur. Verzoekster is na het sollicitatiegesprek afgewezen voor de
functie. Volgens verzoekster is zij niet aangenomen omdat zij kinderen heeft.
Verzoekster is van mening dat de wederpartij hiermee onderscheid heeft
gemaakt naar geslacht.

2. DE LOOP VAN DE PROCEDURE

2.1. De Commissie heeft het verzoek in behandeling genomen en een onderzoek
ingesteld. Partijen hebben ieder de gelegenheid gehad om hun standpunten toe
te lichten. Partijen zijn opgeroepen voor een zitting op 13 februari 1996.

2.2. Bij de zitting waren aanwezig:
van de kant van de verzoekster
– mw. (…) (verzoekster)
– mw. (…) (gemachtigde)

van de kant van de wederpartij
– dhr. ir. L.M. Niemantsverdriet (directeur)

van de kant van de Commissie
– mw. prof. mr. J.E. Goldschmidt (Kamervoorzitter)
– mw. mr. L. Mulder (lid Kamer)
– dhr. P.M. van der Sluis (lid Kamer)
– mw. mr. A.N. Veekamp (secretaris Kamer).

2.3. Het oordeel van de Commissie is vastgesteld door Kamer I van de
Commissie. In deze Kamer hebben zitting de leden als genoemd onder 2.2.

3. DE RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

De feiten

3.1. Verzoekster heeft in het voorjaar van 1995 telefonisch gereageerd op een
advertentie van de wederpartij. In deze advertentie zocht de wederpartij, een
taxibedrijf gespecialiseerd in groeps- en ziekenvervoer, chauffeurs of
chauffeuses voor vakantiewerk in de maanden juli, augustus en september.
Naar aanleiding van haar telefonische reactie is verzoekster bij de
wederpartij op gesprek geweest. Tijdens dit gesprek zijn de kinderen van
verzoekster ter sprake gekomen in verband met een operatie die haar kinderen
zouden moeten ondergaan. Aangezien deze operatie in de periode viel dat
verzoekster eventueel voor de wederpartij zou gaan werken, zou verzoekster
enige dagen absent zijn. Na afloop van dit gesprek is er tussen verzoekster
en de wederpartij telefonisch contact geweest. Tijdens dit gesprek heeft de
wederpartij aan verzoekster meegedeeld dat de keuze niet op haar was
gevallen.

De standpunten van partijen

3.2. Verzoekster stelt het volgende.
Verzoekster is van mening dat de wederpartij in strijd met de wetgeving
gelijke behandeling heeft gehandeld door haar af te wijzen vanwege het feit
dat zij kinderen heeft.
Verzoekster is van mening dat het sollicitatiegesprek tussen haar en de
wederpartij prettig verliep. Tijdens dit gesprek heeft zij de dagen dat zij
afwezig zou moeten zijn wegens de oogoperatie van haar kinderen, ter sprake
gebracht. Voor het geval er additionele opvang noodzakelijk zou zijn, had
verzoekster, een vriendin die in de buurt woont, gevraagd te helpen.
Verzoekster heeft enige tijd na het sollicitatiegesprek het initiatief
genomen om de wederpartij te bellen om te informeren of zij al dan niet zou
worden aangenomen. Tijdens dit gesprek werd haar gezegd dat zij niet was
aangenomen.
De wederpartij heeft gezegd dat hij liever iemand in dienst nam zonder
kinderen, omdat deze te veel problemen gaven. Verzoekster heeft daarop
geantwoord dat zij een en ander goed kon regelen en dat dit geen grond mocht
zijn om haar voor de functie af te wijzen. De wederpartij deelde haar daarop
mee dat er reeds iemand was aangenomen. Op verzoeksters vraag om de reden
voor afwijzing op papier te bevestigen reageerde de wederpartij met: `Ik zal
me daar gek wezen.’
Verzoekster heeft jarenlang in de bejaardenzorg en gezinszorg gewerkt. In
deze sector zijn kwaliteiten zoals psychische stabiliteit, contactuele
vaardigheden, tolerantie en flexibiliteit van groot belang.

3.3. De wederpartij stelt het volgende.

De wederpartij bestrijdt dat door hem onderscheid wordt gemaakt in strijd met
de wetgeving gelijke behandeling. Aan de afwijzing van verzoekster lagen
andere redenen ten grondslag dan het feit dat zij kinderen heeft.
Tijdens sollicitatiegesprekken let de wederpartij erop of voldaan wordt aan
de volgende subjectieve criteria: stabiliteit, contactuele vaardigheden,
tolerantie en flexibiliteit. Dit wordt in een ongestructureerd en open
gesprek door de wederpartij getoetst. De wederpartij heeft er in het gesprek
met verzoekster op gelet of zij aan deze criteria voldeed.
Voorts beoordeelt de wederpartij kandidaten op de verlofwensen en de
looneisen. Deze zijn in het gesprek met verzoekster niet aan de orde gekomen.
Indien een kandidaat door de wederpartij voldoende geschikt wordt bevonden,
wordt deze uitgenodigd voor een tweede gesprek. In dit onderhoud zal dan
onder andere de rijvaardigheid van de kandidaat en een aantal `leefregels’
aan de orde komen.
De kinderen van verzoekster zijn tijdens het sollicitatiegesprek ter sprake
gebracht omdat verzoekster, in verband met de oogoperatie van haar kinderen,
enige dagen verlof zou willen hebben. De wederpartij merkt op dat verzoekster
van tevoren al wist hoe lang zij vrij zou moeten nemen zonder daarbij
rekening te houden met eventuele complicaties. Verzoekster heeft tegen de
wederpartij gezegd dat zij voor eventuele additionele opvang een beroep zou
kunnen doen op de `sociale buurt’ waarin zij woont.
Verzoekster is afgewezen op grond van de indruk die zij tijdens het
sollicitatiegesprek op de wederpartij maakte. Naar de mening van de
wederpartij was verzoekster minder geschikt voor de functie. Tijdens het
telefoongesprek waarin haar werd meegedeeld dat zij niet zou worden
aangenomen, suggereerde verzoekster zelf dat de reden van de afwijzing bij
haar kinderen zou liggen.
Tot slot voert de wederpartij aan dat van de ongeveer 80 mensen die in het
bedrijf werkzaam zijn, er 69 vrouw zijn. Van deze 69 vrouwen hebben er 64
kinderen.

4. DE OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE

4.1. In geding is de vraag of de wederpartij onderscheid heeft gemaakt naar
geslacht in strijd met de wetgeving gelijke behandeling door verzoekster niet
te selecteren voor de functie van chauffeur.
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Wet gelijke behandeling van mannen en
vrouwen (hierna: WGB) is het niet toe-gelaten bij de behandeling bij de
vervulling van een openstaande betrekking onderscheid te maken tussen mannen
en vrouwen.
In artikel 1 WGB is bepaald dat onder onderscheid tussen mannen en vrouwen
direct en indirect onderscheid wordt verstaan. Onder direct onderscheid wordt
blijkens deze bepaling mede verstaan, onderscheid op grond van zwangerschap,
bevalling of moederschap.
De Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en de
huidige Commissie gelijke behandeling hebben al eerder geoordeeld dat ook als
zwangerschap een van de redenen en niet de enige reden van onderscheid is,
dit strijd met de wetgeving gelijke behandeling oplevert (Commissie gelijke
behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, 21 juni 1994, oordeelnummer:
666-94-41 en Commissie gelijke behandeling, 2 januari 1996, oordeelnummer:
96-1). De Commissie gaat er vanuit dat ook indien moederschap een van de
redenen en niet de enige reden van onderscheid is, dit strijd met de
wetgeving gelijke behandeling oplevert.

4.2. De vraag die voorligt is of aannemelijk is geworden dat het feit dat
verzoekster kinderen heeft, (mede) aanleiding is geweest om verzoekster af te
wijzen voor de functie in kwestie.

4.3. Ten aanzien van sollicitatie- en selectieprocedures heeft de Commissie
reeds verschillende malen aangegeven dat deze voldoende inzichtelijk,
controleerbaar en systematisch dienen te zijn, om te voorkomen dat ongewild
en onbewust onderscheid naar geslacht wordt gemaakt (Commissie gelijke
behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, 9 januari 1991,
oordeelnummer: 164-91-4; 27 mei 1991, oordeelnummer: 345-91-3 en 11 juli
1994, oordeelnummer:
572-94-59).
Ook het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft meermalen
gewezen op de noodzaak van doorzichtigheid van procedures teneinde (ongewild)
ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen te voorkomen (Zie onder andere
de arresten inzake de Commissie van de Europese Gemeenschap versus Frankrijk,
30 juni 1988, zaak 318/86 (jurisprudentie 1988, 3559) en Handels-of
Kontorfunktionaerernes Forbund i Danmark versus Dansk Arbejdsgiverforening,
optredend voor Danfoss, 17 oktober 1989, zaak 109/88 (jurisprudentie 1988,
3199)). Dit betekent in concreto dat kandidaten moeten worden beoordeeld aan
de hand van tevoren vastgestelde, nauwkeurig omschreven functievereisten en
dat er sprake moet zijn van een voor betrokkenen duidelijke en doorzichtige
procedure. Neemt men deze maatregelen niet, dan bestaat het risico dat er
(ongewild) onderscheid naar geslacht gemaakt wordt.

4.5. De vraag die met betrekking tot de gevoerde sollicitatieprocedure
beantwoord moet worden is derhalve, of bij de door de wederpartij gevoerde
sollicitatieprocedure sprake is geweest van een inzichtelijke procedure,
waarbij duidelijk kenbare criteria gehanteerd werden.
Hieromtrent overweegt de Commissie als volgt.
De wederpartij heeft aangegeven dat er bij de selectie voor de onderhavige
functie geen sprake was van een duidelijk profiel of van gespecificeerde
functievereisten waar de kandidaten aan werden getoetst. De wederpartij kijkt
weliswaar onder meer naar hoedanigheden als contactuele vaardigheden,
stress-bestendigheid en dergelijke, maar baseert zijn gevolgtrekkingen
dienaangaande niet op objectieve gronden. De wederpartij gaat hierbij
uitsluitend af op de subjectieve indrukken die de diverse kandidaten op hem
hebben gemaakt. Evenmin worden tijdens de sollicitatiegesprekken
aantekeningen gemaakt. Incidenteel maakt de wederpartij achteraf een notitie,
dit is in het onderhavige geval echter niet gebeurd.
De Commissie is gelet op het bovenstaande van oordeel dat, nu er in het
onderhavige geval geen inzichtelijke sollicitatieprocedure is gevolgd, nu de
functievereisten voor verzoekster niet kenbaar en duidelijk waren en nu de
wederpartij uitsluitend op basis van subjectieve indrukken selecteert, er
sprake is van een procedure die niet voldoet aan de hierboven vermelde
voorwaarden zoals die in navolging van de jurisprudentie van het EG-Hof van
Justitie door de Commissie worden gehanteerd. Daarmee bestaat het risico dat
de werkgever (ongewild) onderscheid op grond van geslacht maakt.

4.6. Onweersproken is dat de kinderen van verzoekster door de wederpartij
tijdens het sollicitatiegesprek ter sprake zijn gebracht. De Commissie neemt
dit derhalve als vaststaand aan. Tevens is vastgesteld dat er sprake is
geweest van een selectieprocedure die niet aan de eisen zoals genoemd onder
4.4. voldoet, waarbij het risico dat er onderscheid op grond van geslacht is
gemaakt voor rekening van de wederpartij komt.
De Commissie komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat het feit
dat verzoekster kinderen heeft, voor de wederpartij (mede) aanleiding is
geweest om haar af te wijzen voor de functie van taxichauffeur. De
wederpartij heeft daarmee bij de behandeling van de vervulling van een
openstaande betrekking gehandeld in strijd met artikel 3 lid 1 van de WGB.

5. HET OORDEEL VAN DE COMMISSIE

De Commissie spreekt als haar oordeel uit dat (…) te Spijkenisse jegens
mevrouw (…) te Spijkenisse onderscheid naar geslacht heeft gemaakt zoals
bedoeld in artikel 3 Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen en daarmee
heeft gehandeld in strijd met de wetgeving gelijke behandeling.

Rechters

Mw. prof. mr. J.E. Goldschmidt (Kamervoorzitter); mw. mr. L. Mulder (lidKamer); dhr. P.M. van der Sluis (lid Kamer); mw. mr. A.N. Veekamp (secretarisKamer).