Verslag conferentie Seksuele Intimidatie, 4 maart 2010

Verslag Conferentie Seksuele Intimidatie

Donderdag 4 maart 2010, 14.00-16.30 uur, Amsterdam

Onlangs zijn twee boeken uitgekomen over seksuele intimidatie.

  • prof. R. Holtmaat, Seksuele intimidatie. De juridische gids
  • mr. R. Vilters, Omgaan met seksuele intimidatie. Juridische praktijkgids ongewenst gedrag

Tijdens de conferentie zijn beide boeken gepresenteerd door de auteurs. De materie is in workshops verder uitgediept en er zijn praktische handvatten besproken.

Korte inleiding mr. M.M. van der Burg, middagvoorzitter

Mieke van der Burg, voorzitter van de Vereniging voor Vrouw en Recht, opent de bijeenkomst. Seksuele intimidatie is een hardnekkig probleem. Uit een onlangs uitgevoerd onderzoek blijkt dat 10% van de vrouwen seksuele intimidatie op de werkvloer heeft ervaren. Met name jonge vrouwen zijn het slachtoffer. Uit een onderzoek van de universiteit Groningen onder co-assistenten blijkt dat zelfs 20 % van de co-assistenten slachtoffer is (geweest) van seksuele intimidatie.
Problematisch is dat op dit moment niet structureel wordt bijgehouden hoe vaak seksuele intimidatie voorkomt.
Doel van de conferentie is onder meer om samen na te denken over mogelijke actiepunten ten einde seksuele intimidatie inzichtelijk te krijgen en te bestrijden.

Inleiding prof. Rikki Holtmaat, universiteit Leiden

Haar boek geeft een overzicht van 25 jaar bestrijding van seksuele intimidatie: is er een een adequate juridische benadering van een hardnekkig probleem ontwikkeld? Het betreft een juridische analyse van de bestaande juridische regelingen en jurisprudentie op het terrein van seksuele intimidatie. Hierbij staan twee vragen centraal.

  • 1) Waarom zou seksuele intimidatie bestreden moeten worden met behulp van rechtsregels?
  • 2) Hoe zou dat dan op adequate wijze kunnen worden gedaan?

Het begrip seksuele intimidatie kan worden omschreven als: gedragingen of uitingen met een seksuele lading die, omdat ze op het werk plaatsvinden, als bijzonder belastend worden ervaren.
Consequentie is dat seksuele intimidatie – naast het feit dat het voor de persoon zelf zeer belastend is – het goed functioneren op het werk en daarmee ook de emancipatie van de slachtoffers in de weg staat. Hierbij gaat het met name om vrouwen in kleine ondernemingen, jonge medewerksters in lage posities en mannen die homoseksueel zijn of van wie men denkt dat zij het zijn.
Twee aspecten spelen in alle situaties een rol als het om seksuele intimidatie :

  • het gaat om geseksualiseerd gedrag;
  • het doet zich voorin een institutionele context .

Van geseksualiseerde gedragingen is sprake als gedragingen of uitingen binnen een bepaalde cultuur of context gerelateerd kunnen worden aan seksualiteit of seksuele betrekkingen of gedragingen. Met institutionele context worden gedoeld op bedrijven en instellingen of organisaties waar mensen met elkaar samenwerken, of anderszins met elkaar verkeren en waarin de deelnemende personen ‘gedwongen’ moeten verblijven, in die zin dat ‘weglopen’ of ‘wegblijven’ ernstige gevolgen voor de rechtspositie, economische positie, of gezondheid zou hebben.
Als aan beide voorwaarden is voldaan is er een rechtsgrond om seksuele intimidatie juridisch te normeren, aangezien door

  • geseksualiseerde uitingen de openbare orde en goede zeden zijn geschonden;
  • geseksualiseerde gedragingen de lichamelijke en/of psychische integriteit van het slachtoffer in ernstige mate worden aangetast (verkrachting/aanranding).

Voor een ideale juridische reactie op seksuele intimidatie is het formuleren van een heldere definitie en een heldere afbakening van de institutionele contexten noodzakelijk. Verder kunnen twee soorten (wettelijke) normen worden gehanteerd:

  • Verbodsnormen (richting de pleger);
  • Instructienormen (richting de personen die binnen een institutie de dienst uitmaken (werkgever/school).

Aan deze laatste wordt de voorkeur gegeven omdat slachtoffers zich in een kwetsbare, afhankelijke positie bevinden, en van wie niet kan worden verwacht dat zij (met een verbodsnorm in de hand) zelfstandig juridisch tegen de pleger opkomen.

Huidige situatie en problemen
De wetgeving over seksuele intimidatie is op dit moment versnipperd over:

  • Arbowet 1994, inmiddels vervangen door Arbowet 2008, die de verplichting bevat voor werkgevers om werknemers te beschermen tegen belastende psychosociale arbeidsomstandigheden (PSA)
  • Wet Klachtenrecht Cliëntenzorg 1995 (gezondheidszorg)
  • Kwaliteitswet 1998 (onderwijs)
  • Onrechtmatige daad (6:162 BW)
  • Interne gedragscodes, cao’s, ministeriele richtlijnen
  • Gelijkebehandelingswetgeving

Tot slot signaleert Holtmaat de volgende problemen:

  • In de regelgeving is niet expliciet opgenomen dat voor-wat-hoort-wat ook een vorm van seksuele intimidatie kan zijn.

  • De voorwaarde dat de waardigheid van het slachtoffer moet zijn aangetast, is een subjectief element.

  • Wat betreft normstelling zijn de aanvankelijk gekozen instructienormen geleidelijk steeds meer opgeschoven naar verbodsnormen. Dit is onwenselijk.

  • Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van het (publieke) arbeidsomstandighedenrecht (onderwijsrecht/gezondheidsrecht) naar het (civiele) gelijkebehandelingsrecht. Niet de werkgever/instelling, maar het slachtoffer staat centraal.

  • Het verbod van seksuele intimidatie is door opname in de AWGB uitgebreid tot het terrein van aanbieden van en verlenen van toegang tot goederen en diensten. Een duidelijke rechtsgrond voor dit ruime bereik ontbreekt.

De gehele tekst 25 jaar bestrijding van seksuele intimidatie is hier te vinden.

Inleiding Riek Vilters

Riek Vilters is voorzitter klachtencommissies, trainer vertrouwenspersonen, plaatsvervangend lid CGB en voorzitter landelijke klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid.
Haar boek Omgaan met seksuele intimidatie is een praktische handleiding over de mogelijkheden om seksuele intimidatie aan te pakken. Het boek is bestemd voor slachtoffers, vertrouwenspersonen, klachtencommissies, medewerkers P&O.

Op de werkgever rust de verplichting zorg te dragen voor een werkomgeving die vrij is van seksuele intimidatie. In de praktijk blijkt van veel onwetendheid ten aanzien van de verplichtingen die in dit kader op de werkgever rusten. Kern van de problemen:

  • Niet adequaat en niet zorgvuldig handelen.
  • Geen juist inzicht in taken en tekortkomingen in de formele procedure.

Ten aanzien van een zorgvuldige klachtenregeling verwijst Vilters naar de eisen die de CGB hieraan stelt.
In het boek wordt met name ingegaan op de formele klachtenprocedure.
Niettemin is het voor de onderlinge verhoudingen wenselijk om te trachten geschillen op te lossen via meer informele wegen als: aanspreken veroorzaker, hulp inroepen van een leidinggevende/vertrouwenspersoon, mediation.
Naast formeel beleid (klachtenregeling/gedragscode) is het van belang dat personen binnen een organisatie actief nadenken en communiceren over de waarden en normen die ten grondslag liggen aan houding en gedrag en dat personen zelf hun professionele en persoonlijke verantwoordelijkheid nemen.

De gehele tekst Omgaan met grensoverschrijdend gedrag is hier te vinden.

Workshops

Er waren twee workshops:
1) Klachtbehandeling binnen organisaties onder leiding van Riek Vilters en Carla Goossen;

2) Hoe gaat de rechtspraktijk om met het wettelijk systeem van ‘seksuele intimidatie’, onder leiding van prof. Rikki Holtmaat en Mirjam Decoz.

Plenaire discussie

Uit de plenaire discussie concludeert de voorzitter dat het van belang is:

  • Instructienormen vast te leggen afhankelijk van de sector die het betreft;

  • Commitment te kweken in organisaties om maatregelen te treffen ter voorkoming van seksuele intimidatie;

  • De definitie in de Arbeidsomstandighedenwet te verduidelijken;

  • Structureel onderzoek te doen naar het voor komen van seksuele intimidatie

  • Publiciteit in vak- en dag/weekbladen. Hierbij kan worden ‘meegesurfd’ op actuele gebeurtenissen die in de publiciteit zijn.

Deze punten zullen worden meegenomen door het bestuur van de Vereniging voor Vrouw en Recht. Bezien zal worden welke concrete actiepunten hieruit voort kunnen vloeien.

Afsluiting

Nu de staatssecretaris SZW zeer recent is afgetreden en derhalve niet in functie aanwezig kan zijn, overhandigt de voorzitter beide boeken aan medewerkers van het ministerie van SZW, dat financiële steun heeft gegeven voor de totstandkoming van de boeken.
De voorzitter dankt ook de stichting Clara Wichmann Instituut voor haar financiële ondersteuning aan de boeken. Verder bedankt zij de inleiders, workshopleiders en de organisatoren, en slot alle aanwezigen voor hun komst en actieve bijdragen en nodigt hen uit voor een drankje en hapje.

Artikel uit SPITS 5 maart 2010

Seksuele intimidatie onverminderd

Door Annette Karimi, AMSTERDAM

Seksuele intimidatie vindt onder een kleine tien procent van de werknemers plaats, en woekert onverminderd voort. Dat is een van de belangrijke conclusies van deskundigen tijdens de landelijke conferentie Seksuele Intimidatie. Deze werd gisteren in Amsterdam georganiseerd door de Vereniging voor Vrouw en Recht (VVR).
Onder seksuele intimidatie valt al het ongewenste seksuele gedrag op de werkvloer, uiteenlopend van opmerkingen, emails tot ernstige handtastelijkheden. Nog altijd betreft het overwegend vrouwen. ,,We hebben het vaak in de eerste plaats niet over aanranding en verkrachting. Het gaat om sluipende zaken op de werkvloer zoals de seksuele grapjes en het maar niet van ophouden weten, of de stagiaire die seksuele praatjes van een stagebegeleider moet aanhoren”, vertelt juriste Riek Vilters. Als voorzitter leidt ze onafhankelijke klachtencommissies, en hoort al 25 jaar de klachten aan.
Vilters vertelt over een voorbeeld uit de recente praktijk. ,,Binnen een bedrijf werden e-mails met vrouwvijandige grappen rondgestuurd. Ondanks een klacht werd er niets mee gedaan. Pas toen de klachtencommissie optrad, ging er een lichtje branden bij de leidinggevenden: Oh, het is toch niet zo leuk.”
Al zijn er geen harde onderzoekscijfers voorhanden met een vergelijking over de afgelopen jaren, het fenomeen wordt volgens haar geenszins minder. Dat beaamt Mieke van der Burg, VVR-voorzitster. Zij wijst op een onderzoek vorig jaar onder vrouwelijke co-assistenten. Daaruit bleek dat twintig procent last had van seksuele intimidatie door specialisten en patiënten. ,,Het schokkende is dat hetzelfde onderzoek in 2006 was uitgevoerd met hetzelfde percentage als uitkomst. Ook andere onderzoeken bij andere bedrijven laten zien dat het niet minder is geworden.”
Flinke claims van slachtoffers zouden bedrijven tot meer bewustwording dwingen, denkt de Leidse hoogleraar Rikki Holtmaat. Vilters kiest liever een andere weg.
,,Van regels moeten we het niet in hoofdzaak hebben. De meeste bedrijven hebben hun klachtenprocedures keurig op papier. Het allerbelangrijkste is de cultuur op de werkvloer. Hoe gaan we in deze organisatie met elkaar om? Dat is de belangrijkste vraag.” De werkgever heeft de belangrijke verantwoordelijkheid te zorgen voor een omgeving die veilig is voor werknemers. In dat opzicht noemt Vilters seksuele intimidatie op de werkvloer een falen van managers. ,,Deze ziet hoe de sfeer en omgangsvormen zijn, en of deze gezond zijn.”
De informele weg om seksuele intimidatie op de werkvloer op te lossen, heeft haar voorkeur. ,,Eerst de verantwoordelijke persoon op zijn gedrag aanspreken, vervolgens een vertrouwenspersoon of de leidinggevende.” Als dat allemaal niet helpt, zit er volgens haar soms niets anders op dan een formele klacht in te dienen.