De VVR verwelkomt het voorontwerp van het wetsvoorstel om dwingende controle strafbaar te stellen, maar plaatst twee kritische kanttekeningen.
Ten eerste maakt de VVR zich zorgen over de opname van een ‘machtsoogmerk’ in de delictsomschrijving. Dit oogmerk kan tot grote bewijsproblemen leiden, omdat het ingewikkeld zal zijn om aan te tonen dat de pleger daadwerkelijk macht tot doel had. Bovendien is machtsuitoefening in sommige zaken eerder een effect van dwingend-controlerend gedrag dan een bewuste intentie van de dader (hoe kwalijk diens gedrag ook is). De VVR pleit ervoor de strafbaarstelling te oriënteren vanuit de effecten op het slachtoffer, naar het voorbeeld van de Schotse wetgeving. Ten tweede benadrukt de VVR de noodzaak van flankerend beleid: voldoende scholing en capaciteit bij politie en OM, en een consequentere vervolging van partnergeweld. Zonder die aanvullende inzet dreigt de strafbaarstelling niet meer te worden dan symboolwetgeving.