Nieuwsbrief 27 juli 2017

Eindelijk gerechtigheid voor zwangere zelfstandigen

Zelfstandig werkende vrouwen die tussen augustus 2004 en juni 2008 een kind kregen, moeten alsnog een uitkering ontvangen voor de 16 weken rond de bevalling. Dat is het oordeel van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) vandaag, op donderdag 27 juli 2017, in een tussenuitspraak. De consequentie is dat alle zelfstandig werkende en meewerkende vrouwen (zo’n 17.000) die in deze periode een kind hebben gekregen, alsnog in de toekomst een uitkering kunnen aanvragen bij het UWV. De Raad heeft het UWV 16 weken de gelegenheid gegeven om voor de drie vrouwen die het betrof een nieuw besluit te nemen met in acht neming van de overwegingen van de Raad.
Daarna zal de CRvB de zaak opnieuw beoordelen.

FNV, Proefprocessenfonds Clara Wichmann en Vereniging voor Vrouw en Recht hebben in een gezamenlijk persbericht verheugd gereageerd. De uitspraak van de CRvB is duidelijk gemotiveerd. Afschaffing van de regeling voor zelfstandige vrouwen zonder overgangsregeling, vervangende regeling of compensatie is in strijd met het VN-Vrouwenverdrag. En vrouwen moeten zich rechtstreeks op de rechten voortvloeien uit het vrouwenverdrag kunnen beroepen. Het UWV en de Staat hebben van de CRvB 16 weken de tijd gekregen om te kiezen op welke wijze de zelfstandig werkende vrouwen die tussen 2004 en 2008 een kind hebben gekregen gecompenseerd worden. Als binnen deze termijn geen regeling getroffen wordt dan zal de CRvB het UWV opdracht geven betrokkenen een uitkering toe te kennen.

Het UWV heeft eerder toegezegd andere vrouwen in dezelfde situatie als de procederende vrouwen een uitkering in het vooruitzicht te stellen als de CRvB de drie vrouwen gelijk geeft. Daarvoor krijgen alle andere vrouwen een redelijke termijn. Het UWV zal nu naar verwachting met de Minister van Sociale Zaken overleggen hoe ze uitvoering gaan geven aan de uitspraak.
Vrouwen hoeven zich dus niet op stel en sprong bij het UWV te melden, maar het kan geen kwaad alvast flink rond te bazuinen dat er recht op een uitkering is ontstaan. Tot nu toe hebben zich ruim 850 vrouwen bij het Meldpunt van FNV Vrouw gemeld. De grote meerderheid van de 17.000 betrokkenen moet dus nog bereikt worden.

De VVR is van begin af aan, vanaf de oprichting van de vereniging in 2004, bij deze procedures betrokken. VVR-leden uit de werkgroep Sociaal en Europees Recht hebben intensief meegedacht en meegeschreven, veelal in hun vrije tijd. In de 12 jaar procederen is er een aantal advocaten bij betrokken geweest van het kantoor dat nu Bosch advocaten heet, waaronder Marlies Vegter en Mac Vijn – beide lid van de VVR. Eva Cremers heeft er veel over geschreven en zal ongetwijfeld opnieuw een annotatie schrijven. Leontine Bijleveld tenslotte heeft destijds initiatief genomen toen ze nog bij het FNV-vrouwensecretariaat werkte: zeven vrouwelijke FNV-leden bereid gevonden te procederen, het Proefprocessenfonds en de VVR erbij gehaald, waardoor verder geprocedeerd kon worden toen de FNV in 2007 afhaakte. Zelf werkte ze toen al niet meer bij de FNV, maar ze is al die tijd actief bij deze procedures betrokken gebleven.

Wie de VVR met het behaalde resultaat wil feliciteren: giften zijn welkom op IBAN NL 81 INGB 0004 6553 38 t.n.v. de Vereniging voor Vrouw en Recht. Uw gift is fiscaal aftrekbaar vanwege de ANBI-status van de VVR.