Instantie: Gerechtshof Amsterdam, 10 januari 1994

Instantie

Gerechtshof Amsterdam

Samenvatting


Moeder is van rechtswege voogdes; vader wil kind erkennen. Moeder weigert
haar toestemming. Hof overweegt dat bij beantwoording van de vraag of de
weigering van moeder kan worden opgevat als misbruik van haar bevoegdheid
het erom gaat of de moeder in feite geen enkel te respecteren belang
heeft. Erkenning heeft geslachtsnaamwijziging tot gevolg, hetgeen een
ongewenste inbreuk maakt op gezins- en priveleven van moeder en kind.
Moeder heeft bij haar weigering dus een te respecteren belang.

Volledige tekst

1. Het geding in hoger beroep

1.1. De moeder is in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1
september 1993 van de rechtbank te Alkmaar, nummer 105/1993.

1.2. De zaak is behandeld op 17 november 1993.

2. Het geschil in hoger beroep en de feiten en omstandigheden

2.1. Partijen hebben gedurende de periode medio 1982 tot en met februari
1992 samengeleefd. Uit die samenleving is op 17 september 1983 Cheryl
geboren. De moeder is van rechtswege voogdes over het kind.

2.2. In geschil is de toewijzing bij de beschikking waarvan beroep van het
verzoek van de vader de ambtenaar van de burgerlijke stand te
Heerhugowaard te gelasten een akte van erkenning op te maken, waarbij hij
Cheryl erkent.

De moeder verzoekt het inleidend verzoek van de vader alsnog af te wijzen.

De vader verzoekt de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

De procureur-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de
beschikking waarvan beroep en tot afwijzing van het verzoek van de vader.

2.3 Het volgende is gebleken.

Partijen hebben gedurende hun samenleving gezamenlijk Cheryl verzorgd en
opgevoed.

Op 15 november 1993 heeft mevrouw M., gezinsvoogdes, een rapport
uitgebracht. Hieruit blijkt dat Cheryl na de verbreking van de samenleving
van partijen bij de moeder woonde totdat de vader in augustus 1992 Cheryl
na een omgangsregeling bij zich in huis hield. Na bemoeienissen van de
raad voor de kinderbescherming en de kinderrechter is Cheryl op 12
november 1992 door de kinderrechter te Alkmaar onder toezicht gesteld en
in “De Terp” te Haarlem geplaatst en vervolgens met ingang van 1 maart
1993 in het “Dr Plantinghuis” te Zandvoort geplaatst. Gedurende de
uithuisplaatsing is er steeds een bezoekregeling geweest tussen Cheryl en
moeder en haar partner en tussen Cheryl en de vader. De kinderrechter
heeft vervolgens, conform het advies van de stichting Jeugd en Gezin,
beslist dat Cheryl per 1 september 1993 definitief bij de moeder en haar
partner zou wonen. Tevens is beslist dat Cheryl een weekend per twee weken
en de helft van de vakanties bij de vader verblijft. De vraag of zij door
de vader erkend wil worden, kan aan Cheryl niet gesteld worden, omdat zij
die vraag gezien haar leeftijd niet kan overzien en omdat zij zich in een
loyaliteitsconflict bevindt.

De moeder woont sedert november 1992 samen met haar partner, de heer W.
Met ingang van 1 september 1993 woont Cheryl definitief bij de moeder en
haar partner. De moeder verwijt de vader dat hij Cheryl in het verleden
niet heeft willen erkennen omdat hij de familierechtelijke gevolgen van
een erkenning toen niet heeft willen accepteren en dat hij dit thans
slechts wil ter versterking van zijn eigen rechtspositie. Zij is van
mening dat, nu Cheryl sinds haar geboorte de naam B. draagt en de
erkenning een wijziging van die naam tot gevolg zal hebben, dit niet in
het belang is van Cheryl en de eenheid van haar gezin. Zij is niet
voornemens Cheryl door een andere man te laten erkennen.

3. Beoordeling van het hoger beroep

3.1. Vast staat dat tussen de vader en Cheryl een band bestaat die kan
worden aangemerkt als “family life” in de zin van artikel 8 van het
Europees verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM).

3.2. Een redelijke met artikel 8 EVRM rekening houdende uitleg van het
huidige recht brengt mee dat, ook al weigert de moeder de daartoe vereiste
toestemming, toch een rechtsgeldige erkenning tot stand kan komen door
vervanging van die toestemming door een rechterlijke uitspraak wanneer de
weigering van de moeder om de toestemming te verlenen slechts kan worden
opgevat als misbruik van de bevoegdheid die uit artikel 1:224, lid 1 onder
d BW voortvloeit.

3.3. Bij de beantwoording van de vraag of de weigering van de moeder haar
toestemming te geven in dit geval slechts kan worden opgevat als misbruik
van haar bevoegdheid deze te weigeren, gaat het er niet om of de door de
moeder naar voren gebrachte bezwaren zwaarder wegen dan de belangen van
de vader, maar of de moeder in feite geen enkel te respecteren belang bij
haar weigering heeft.

3.4. Aannemelijk is geworden dat de uit erkenning voortvloeiende
rechtsgevolgen, met name de geslachtsnaamwijziging, een ongewenste inbreuk
maken op het gezins- en priveleven van Cheryl en de moeder, temeer nu die
naam wordt gewijzigd in de achternaam van een persoon die niet behoort tot
het gezin waarin Cheryl zich bevindt.

3.5. De moeder heeft bij haar weigering dus een te respecteren belang,
zodat niet kan worden gesproken van misbruik van haar uit artikel 1: 224
lid 1 sub d BW voortvloeiende bevoegdheid.

3.6. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het inleidend
verzoek van de vader alsnog te worden afgewezen.

3.7. Dit leidt tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

Het Hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

wijst alsnog af het inleidend verzoek van de vader.

Rechters

Mrs. Willems-Morsink, De Vreeze-Oostvogel en De Boer