Instantie: Staatssecretaris van Justitie, 13 september 1993

Instantie

Staatssecretaris van Justitie

Samenvatting


De moeder heeft tweemaal een verzoek tot naamswijziging gedaan die
zijn afgewezen. De kinderen geboren in 1981, worden vanaf hun eerste jaar
alleen door de moeder verzorgd. De kinderen gebruiken informeel de naam
van de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert negatief omdat
er geen dwingende reden tot naamswijziging zou zijn. Het bezwaar van de
vader wordt gehonoreerd. Arob-procedure gestart.

Volledige tekst

Uw bovenvermeld bezwaarschrift is tijdig verzonden en is op 27 juli
1993 ontvangen. Dit bezwaarschrift is inmiddels behandeld.

Na bestudering van de stukken ben ik tot de conclusie gekomen dat uw
bezwaar kennelijk ongegrond is.

Voor de beoordeling van verzoeken om naamswijziging gelden bepaalde
richtlijnen welke zijn gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant van
2 januari 1989, nummer 1. Hieruit volgt dat de naam van een minderjarig,
wettig kind kan worden gewijzigd in die van de moeder, indien de moeder
na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking van de buitenhuwelijkse
samenleving met de vader gedurende ten minste drie jaren onmiddellijk
voorafgaande aan het verzoek de minderjarige als ongehuwde ouder heeft
verzorgd en opgevoed. Het verzoek wordt afgewezen als de belangen van de
kinderen zich verzetten tegen inwilliging.

Op 8 oktober 1992 is uw verzoek om wijziging van de geslachtsnaam van uw
kinderen Hanneke en Luuk in die van uzelf ontvangen.

Uit het onderzoek is komen vast te staan dat u als ongehuwde ouder uw kind
vanaf 14 december 1982 hebt verzorgd en opgevoed, en dat uw huwelijk met
de vader op dezelfde datum is ontbonden.

Tevens is van bezwaar van de vader gebleken. Op grond van de beschikbare
gegevens is het onderzoek vervolgd door de raad voor de kinderbescherming.

Op grond van de bevindingen heeft de raad geadviseerd het verzoek af te
wijzen op grond dat de belangen van uw kinderen zich verzetten tegen
inwilliging.

U heeft direct na het bekend worden van het resultaat van het onderzoek
van de raad, zowel schriftelijk bij de raad als ook in uw thans
voorliggende bezwaarschrift, duidelijk gemaakt het met dit advies niet
eens te zijn.

Uw commentaar op het rapport van de raad gaf geen aanleiding om aan de
strekking van het advies van de raad te twijfelen, zodat die brief geen
aanleiding heeft gegeven tot het innemen van een van het raadsadvies
afwijkend standpunt.

In uw bezwaarschrift voert u aan dat uitdrukkelijk aan het gestelde in de
richtlijnen is voldaan en het verzoek juist dient te worden ingewilligd.
De kinderen wensen de naamswijziging zelf. Naar uw mening is het bezwaar
van de vader door de raad oneigenlijk beoordeeld.

Anders dan in uw bezwaarschrift stelt, is het doel van het raadsonderzoek
niet, vast te stellen of de bezwaren van de vader hout snijden. Waar het
om gaat is dat, naar aanleiding van het bezwaar van de vader, wordt
onderzocht of de naamswijziging in het belang van de kinderen is. Dat
heeft de raad onderzocht. Uw bezwaar mist op dit punt doel.

Het raadsonderzoek heeft aangetoond dat er -zeker in vergelijking met
eerdere adviezen- een gewijzigde situatie is ontstaan. Toch is door de
raad geconstateerd dat er geen bijzondere belangen zijn om de
naamswijziging te verlenen en de wens van zowel uw kinderen enerzijds als
van de vader en uw oudste zoon anderzijds geschaad zou worden als nu de
naamswijziging verleend zou worden. Uw bezwaar kan in dit verband geen
doel treffen.

Verder meent u dat het belang van de kinderen gediend is met het formeel
verkrijgen van de naam die zij feitelijk reeds gebruiken. Dit argument
heeft er echter niet toe geleid dat de raad voor de kinderbescherming
hieraan zo veel waarde hechtte dat dit aanleiding gaf tot een positief
advies. Ten aanzien van het gebruik van uw naam kan worden gesteld dat dit
kan worden gecontinueerd. Uw opvatting dat de wet uw wens tot eenheid van
naam te komen toestaat, deel ik niet aangezien de wet uw uitdrukkelijk de
naam van hun vader heeft gegeven. Naamswijziging moet in dit verband als
inbreuk worden gezien op het bestaande wettelijke stelsel. Het stellen van
voorwaarden is in dit verband niet onverklaarbaar. Een van die voorwaarden
is dat de belangen van de kinderen zich niet mogen verzetten tegen
inwilliging van het verzoek. Gelet op het rapport van de raad en de
gegevens die daarin zijn opgenomen meen ik dat dat nu wel het geval is.

Uw bezwaarschrift leidt ook in dit opzicht niet tot de conclusie dat de
naamswijziging zou moeten worden verleend omdat er andere en meer
zwaarwegende belangen voor uw kinderen zouden zijn.

Voor het overige zijn er geen gegevens naar voren gekomen die niet reeds
bekend waren uit het onderzoek.

Uit het voorgaande volgt dat uw bezwaarschrift derhalve kennelijk
ongegrond is en daardoor geen reden aanwezig is om tot het horen van
betrokkenen over te gaan.

Indien u het met dit besluit niet eens bent, kunt u indien u dat wenst,
daartegen beroep instellen op grond van de Wet administratieve rechtspraak
overheidsbeschikkingen (Wet a.r.o.b.).

U moet dan binnen dertig dagen na verzending van deze brief een
beroepschrift richten aan de Afdeling rechtspraak van de Raad van State.
Voor de te volgen procedure verwijs ik verder naar het bijgevoegde boekje.

Rechters

Staatssecretaris van Justitie