Instantie: Rechtbank Leeuwarden, 15 april 1993

Instantie

Rechtbank Leeuwarden

Samenvatting


Verkrachting; poging tot verkrachting. Onder “seksueel binnendringen van
het lichaam” van artikel 242 Sr valt ook het met seksuele bedoelingen
binnendringen van een lichaamsopening, zoals de mond, anus of vagina van
een slachtoffer.

Volledige tekst

Bewezenverklaring: De rechtbank heeft door de inhoud van deze
bewijsmiddelen, welke de redengevende feiten en omstandigheden opleveren
waarop de hierna te vermelden beslissing steunt, waarbij ieder
bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, telkens slechts is gebruikt voor het
bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft, de
overtuiging verkregen en acht mitsdien bewezen, dat de verdachte de
telastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1. Hij op 24 en 25 december 1992 te Leeuwarden, meermalen door geweld en
bedreiging met geweld B.K. heeft gedwongen tot het ondergaan van
handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam
van die B.K., hebbende verdachte die B.K. gedwongen te dulden dat
verdachte zijn ontblote penis in de ontblote vagina van die B.K. duwde en
een van zijn, verdachtes, vingers in de ontblote anus van die B.K. duwde
en zijn, verdachtes, ontblote penis in de mond van die B.K. bracht, en
bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld onder meer hierin dat
verdachte die B.K. heeft toegeschreeuwd -zakelijk weergegeven- dat zij
haar broek uit moest doen, omdat hij het anders zelf zou doen en die B.K.
heeft vastgepakt en meerdere malen in het gezicht en met een bierflesje
op het lichaam heeft geslagen en aan het haar heeft getrokken en van de
onder- en bovenkleding heeft ontdaan en dat hij verdachte zijn knieen op
de bovenarmen van die B.K. heeft gehad en dat hij, verdachte, meermalen
met zijn handen de keel van die B.K. heeft dichtgeknepen;

2. Dat hij op 12 december 1992 te Leeuwarden, ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld en bedreiging met geweld
M.K. te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die K.; die K. heeft vastgepakt
en daarna aan het door die K. op dat moment gedragen T-shirt en onderbroek
heeft getrokken waardoor deze scheurde en zijn, verdachtes, ontblote penis
bij de ontblote vagina van die K. heeft gehouden en die K. meermalen in
het gezicht en op het lichaam heeft geslagen en die K. meermalen aan het
haar heeft getrokken en meermalen het hoofd en de mond van die K. in de
richting van zijn, verdachtes, ontblote penis heeft gebracht, zijnde de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid alleen tengevolge
van de van verdachtes wil onafhankelijke omstandigheden dat het hem,
verdachte, niet lukte zijn, verdachtes, ontblote penis in de vagina van
die K. te brengen en zijn, verdachtes ontblote penis in de mond van die
K. te brengen omdat die K. telkens verzet bood. Verdachte zal van het meer
of anders telastegelegde worden vrijgesproken nu de rechtbank dat niet
bewezen acht.

Beraadslaging:

Ten aanzien van het telastegelegde onder 1. overweegt de rechtbank het
volgende.

Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht is bij de Wet van 9 oktober
1991, Staatsblad 519, gewijzigd en luidt sinds de inwerkingtreding op 1
december 1992 als volgt: “Hij die door geweld of een andere feitelijkheid
of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het
ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel
binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van
de vijfde categorie.”

Thans dient vastgelegd te worden of het in feit 1. van de telastelegging
omschreven a) duwen van zijn, verdachtes, vingers in de (ontblote) anus
van die B.K. en b) het brengen van zijn, verdachtes, (ontblote) penis in
de mond van die B.K. handelingen zijn welke moeten worden geacht te vallen
onder de zinsnede “seksueel binnendringen van het lichaam”, zoals genoemd
in voormeld artikel 242.

Uit het eerste voorstel van wet tot wijziging van de artikelen 242, 243,
246, 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, d.d. 22 november 1988,
blijkt dat het oorspronkelijk de bedoeling was aan artikel 246 een tweede
lid toe te voegen. In dit lid zouden specifieke vormen van aanranding, te
weten vormen van seksueel contact die voor het slachtoffer even kwetsend
kunnen zijn als geslachtsgemeenschap, zoals het oraal of anaal
binnendringen van het lichaam worden opgenomen. Daarbij werd voorgesteld
voor deze feiten een strafmaximum van twaalf jaar op te nemen om aan te
geven dat deze handelingen, die zowel ten aanzien van mannen als vrouwen
kunnen worden gepleegd, als even ernstig worden beschouwd als
verkrachting. [Memorie van Toelichting, pag. 7 op het voorstel van wet,
kamerstukken nr. 20 930, dd. 22 november 1988.]

Bij de vierde nota van wijziging, ontvangen 1 november 1990 is het eerdere
voorstel van wet gewijzigd ondermeer in die zin dat het voorstel om een
tweede lid aan artikel 246 toe te voegen is komen te vervallen en dat in
artikel 242 de woorden “seksueel binnendringen van het lichaam” zijn
gekomen in de plaats van de woorden “vleselijke gemeenschap”. In zijn
toelichting geeft de Minister aan dat hij thans, om technische redenen
aanleiding ziet het onderscheid tussen het in artikel 242 strafbaar
gestelde dwingen tot vleselijke gemeenschap en het dwingen tot het
ondergaan van seksuele handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit op
andere wijze binnendringen van het lichaam, te laten vervallen.

Voorts geeft de Minister aan dat het seksueel binnendringen van het
lichaam zowel vleselijke gemeenschap als andere vormen van binnendringen
(oraal/anaal) omvat terwijl onverkort het oordeel bleef gehandhaafd dat
het oraal en anaal seksueel binnendringen van het lichaam -zowel bij
mannen als bij vrouwen- een even ernstige inbreuk maakt op de lichamelijke
integriteit als het een vrouw dwingen tot vleselijke gemeenschap.

Het bovenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat, – ongeacht het
geslacht van het slachtoffer- het met seksuele bedoelingen binnendringen
van een opening zoals de mond, anus of vagina van een slachtoffer, valt
onder de reikwijdte van de woorden “seksueel binnendringen van het
lichaam” zoals omschreven in (ondermeer) artikel 242 van het Wetboek van
Strafrecht.

De rechtbank komt derhalve tot het oordeel dat de in feit 1.
bewezenverklaarde handelingen van het brengen van een vinger in de anus
van die B.K. en het duwen van verdachtes penis in de mond van die B.K.,
handelingen zijn die bestaan uit het seksueel binnendringen van het
lichaam zoals bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van strafrecht.
“Volgt: gevangenisstraf voor de tijd van 5 jaren.”

Rechters

Mrs. Wegener Sleeswijk, Smit en Van Dijk