Instantie: President van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam, 13 oktober 1988

Instantie

President van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam

Samenvatting


Eiseres heeft gesteld en gevorderd dat de Staat wordt verboden haar uit
Nederland te (doen) verwijderen, totdat de Afdeling rechtspraak van de Raad
van State zal hebben beslist op het door haar ingediende beroepschrift

Feiten: Eiseres, bezit de Ghanese nationaliteit en verblijft als
vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet in Nederland. Op 4 februari
1987 te Gent (Belgie) is eiseres in het huwelijk getreden met de Nederlander
H. Dezelfde dag is zij Nederland binnengereisd

Vervolgens heeft zij op 27 april 1987 bij het Hoofd van de plaatselijke
politie te Amsterdam een vergunning tot verblijf verzocht met als doel
verblijf bij Nederlandse echtgenoot H

Dit verzoek is op 19 november 1987 afgewezen omdat eiseres niet meer met
haar echtgenoot samenwoonde. Ook op het herzieningsverzoek is afwijzend
beslist. Aan het ingediende beroepschrift bij de Afdeling Rechtspraak van
de Raad van State is schorsende werking onthouden

Op 3 mei 1987 is uit eiseres geboren een dochtertje die de Nederlandse
nationaliteit heeft

Gronden van de beslissing:

In dit geding gaat het om de vraag of de Staatssecretaris van Justitie
in redelijkheid schorsende werking heeft kunnen onthouden aan het
beroepschrift

Ter beantwoording van deze vraag dient beoordeeld te worden of de
aanspraak van eiseres op verblijf in Nederland een redelijke kans van slagen
heeft

Gelet op de samenhang van de verblijfsrechtelijke positie van eiseres en
haar kind moet eiseres geacht worden als wettelijk vertegenwoordigster tevens
op te komen voor haar kind

Eiseres verzoekt om een verblijfsvergunning op grond van klemmende
redenen van humanitaire aard die bestaan hierin dat haar dochtertje in
Nederland verblijft en dat het voor haar vanwege haar lichamelijke en/of
geestelijke handicaps van het grootste belang is in Nederland te blijven

Volgens de President staat het geenszins vast dat er in Ghana
zorgvuldige medische begeleiding zal kunnen plaatsvinden

Dit leidt tot de slotsom dat de Staat eiseres haar dochtertje in verband
met haar gezondheidstoestand niet mag verwijderen. Daaruit vloeit voort dat
het dochtertje haar moeder niet kan volgen. Nu het kind een nog zo jonge
leeftijd heeft dat zij de verzorging van haar moeder behoeft dient bij
afweging van de verschillende belangen, in het licht van het bepaalde in art.
8 van het Verdrag van Rome (EVRM), met name nu niet kan worden gezegd dat op
voorhand vaststaat dat het verzoek van eiseres om een vergunning tot verblijf
kansloos is, het de Staat te worden verboden om eiseres uit Nederland te
(doen) verwijderen, zolang niet is beslist op het door eiseres ingediende
beroepschrift bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State, met
veroordeling van de Staat in de kosten van het geding

Volledige tekst

Rechters

Vice-President mr. J.M. Vrakking