Instantie: Hoge Raad, 16 oktober 1981

Instantie

Hoge Raad

Samenvatting


De Rechtbank in Utrecht vonnis 30 juli 1980, heeft geoordeeld dat
bepaalde omstandigheden niet meebrengen dat de arbeidsovereenkomst verloren is
gegaan toen verweerster haar werk thuis is gaan verrichten. Van een zodanig
verlies kan slechts sprake zijn indien zou komen vast te staan dat verweerster
geheel naar eigen believen de omvang van het door haar te verrichten werk kon
bepalen. De Rechtbank heeft het oordeel over het bestaan van de
arbeidsovereenkomst afhankelijk gemaakt van genoemde vrijheid. De HR is van
mening dat dit een uitdrukkelijke beslissing is en verwerpt om die reden het
beroep op niet-ontvankelijkheid van verweerster op grond van art. 399 Rv.

Volledige tekst

Rechters

Mrs. Ras, Snijders, Roijer, Van den Blink, Verburgh